‘t Sweeltje ( een stuifduin)


Mijn mannetje lag nog in bed bij te komen van een heel "gezellig" feestje. Zo leuk dat er om middernacht nog een duik werd genomen in het zwembad ( brrrr) en er drie mensen naar huis gingen met een nieuw geschoren kapsel. Het feestje is zeer berucht in de buurt vandaar de aanwezigheid van menig buurtje en de feestjesgever is zeer trots op zijn beruchte status en heeft zijn naam weer eer aangedaan. Ik geloof toch echt dat ik te oud word voor dit soort dingen. Maar leuk was het wel weer en eigenlijk niet eens zo laat.
Vandaag eens een heel andere kant uitgegaan. Dus briefje op tafel, ik hou heel veel van je maar ben wel weer weg….. Doeii !!! De bestemming, route en de looproute erbij!!!  ( je weet maar nooit ) . 
Tuurlijk blijft de Doort trekken maar Limburg heeft zoveel moois te bieden en vooral in de omgeving zijn er best veel leuke landschapjes te vinden.
 

 Het Sweeltje is een gebied van 95 ha en ligt tussen Montfort en de Duitse grens in.  
Het Sweeltje is eigendom van Stichting het Limburgs landschap nadat het verkocht in door ambt Montfort. Het Sweeltje ligt op een stuifduinengordel gevormd uit de voorlaatste ijstijd.  Nou dat heb ik geweten  Dus een droge zandige en voedselarme bodem.  Mijn wandeling begint bij de Vlootbeek wat natuurlijk al meteen ophoudt want waar water ,is leven. Mijn oog valt al meteen op de aparte beekjuffer.  Het mannetje is zittend niet zo bijzonder dan vliegend. Vliegend zie je namelijk alleen blauwe flitsen voorbij gaan waarbij de zwarte vleugels echt opvallen. In mijn geval waren er twee mannetjes in  een gevecht. Wie er wint en bij welk territorium hoort is moeilijker te zien maar de blauwe dansers zijn een lust voor het oog. Het pad volgt de meander van de vlootbeek wat leuk is want je kunt om de zoveel meter weer even gluren langs de beek of naar de velden gelegen naast het Sweeltje.

Het is duidelijk dat bij de beek meer watervoorziening is want er groeien meer planten. De begroeing onder de bomen is vrij eentonig namelijk varens. die daar weer kunnen groeien om dat de bodem vol ligt met afgevallen bladeren die voor mest zorgen wat de droge zand bodem niet bevat.Toch zijn de bomen niet alleen loofbomen. Het staat vol met dennenbomen Grove den die zorgt voor een overmaat aan denneappels op de grond. Ik til hier en daar een boomtak op en de grond  eronder is net zo droog dan ernaast. 

De paden zijn goed begaanbaar en stil maar zo gauw je ook maar een voet naast het pad zet knisperen de droge dorre eikenbladeren onder je voeten. Wat natuurlijk een enorme herrie teweeg brengt in zo’n stil bos. Een goeie manier om mensen op de paden te houden.  En stil is het zeker want pinksteren en zondag betekent dan toch bepaalde verplichtingen die de mensen dan toch weer uit het bos houdt.  Na de eerste voor jullie saaie onderzoekende gedachten begin ik langzaam weer alert te worden op hetgene waarvoor ik hier ben namelijk de dieren en vogels die in het bos leven. Maar goed het een heeft met het ander te maken en door die onderzoekende  determinaties was ik ook helemaal niet verbaasd door het knisperende geluid naast me want wat voor mij geldt geldt ook voor de bewoners. Ze kunnen geen voet zetten zonder lawaai te maken.  Ik luister en volg het geluid en een eekhoorn kijkt me verbaasd aan alsof die wilde zeggen: Hoe wist je nou dat ik hier zat?
Het valt echt op hoeveel vogels er eigenlijk te horen zijn in het bos. De eerste ronde lijkt erop te zitten en de vogels lijken zich op te maken voor de tweede ronde. De strijd om territoria gaat nog steeds onverminderd door en alemaal zitten ze op hun hoge plek driftig te fluiten om of de concurentie af te schrikken of toch het vrouwtje te paaien , zie je wel hoe geweldig en ik ben. De buurman durft nu niet meer dichterbij te komen.  Of kijk eens hoe goed ik het huishouden doe zie je hoe mooi dit nestje is. Helemaal opgeknapt kijk nou daar zou je toch zo weer een een gezinnetje in kunnen beginnen. Daarmee beginnen bij mij de problemen , ten eerste het hoog zo hoog dat ze boven het bladerdak zitten en dus zeer meoilijk te zien zijn. Het tweede bij driftig. Want als ik ze al in beeld had bleven geen seconde zitten.  Het lijkt wel of ze aan de pillen hebben gezeten zo hyper zijn ze allemaal. De meest toeschouwervriendelijk zijn de koolmeesjes die nog volop bezig zijn om hun jongen groot te krijgen. De jongen nog niet zo bewust van het gevaar realiseren zich nog niet hoe zichtbaar ze zijn wat ze moeten bekopen met een bezoekje van een vlaamse gaai die gelukkig dit keer zeer dapper werd afgeweerd door vader en moeder. En ik geloof echt dat ik moeder en vader daarna kon verstaan toen ze kroost een flinke scheldpartij aanboden : Dat het tijd werd om op te groeien en te stoppen met maar aan te rotzooien. Wat moet er nou van jullie terecht komen?!!! Let eens een keertje op!  Ach gut je zou er bijna medelijden mee krijgen.

Ineens kom ik in een heel ander gedeelte van het bos en lijkt het alsof de schoolmeester me opwacht. Grote imposante bomen torenen uit op een vrij grote open plek. Beuken bomen.  Prachtige imposante enorme bomen. erachter een verhard pad en daarna kom ik in een puur dennen bos eventjes en dan verandert het weer. Dit bos heeft werkelijk van alles te bieden. En het gekrakeel laat horen dat menige vogel er zijn plekje gevonden heeft.
even in de gauwigheid herken ik vink, merel, lijster, mees , pimpelmees, staartmees, kuifmees, boompieper, geelgors,
bonte specht, groene specht, zelfs de leeuwerik op de nabij gelegenvelden doet hard mee, roodborst, winterkoning, houtduif, koekoek. Er zal heus wel meer gezeten hebben maar ik herken ook niet alles op geluid.
In het midden van het bos is een groot veld pas geruimd het zaagesl is nog te ruiken. En meteen wordt duidelijk waarom dit gedaan is, want de natuurwaarde gaat ineens omhoog. De achtergebleven boomstammen fungeren als schuilplaats en de open ruimte maakt ruimte voor kruiden en struiken e.d zullen zeker meer insekten aantrekken en ook bepaalde amfibien zullen vanuit de beek hier de zomer kunnen doorbrengen. 

De route van 5 kilometer was meer dan lang genoeg om me een paar uur te amuseren omdat er gewoon heel veel varatie en uitnodigende dingen waren. Mocht je langer willen dan kun je of doorlopen naar Munichsbos aangrenzend of het bos nodigt ook uit om gewoonweg te struinen want verdwalen kun je eigenlijk niet. Het bos is aan alle kanten omzoomt door graslanden van waaruit makkelijk orientatie punten te zien zijn. Als je maar weet waar je Noord en je Zuid is en je eenbeetje oplet kun je hier eigenlijk niet fout gaan, hooguit een beetje afdwalen wat ik de volgende keer zeker zal gaan doen. Zo lang ik maar mijn brommer of fiets terugvind vind ik het best.    

Kamsalamander / Triturus cristatus


Dit is dus duidelijk een salamander, een kamsalamander zelfs. Het duurde even voordat ik het door had want het blijkt dus dat de kamsalamander  in de landfase verandert. In de landfase verdwijnt de kam op de rug en zijn ze
zeer donker (tot bijna zwart) van kleur met lichte witte spikkels.
Nou duidelijk dus.  Ik kon wel heel duidelijk een oranje buik zien maar een beestje hanteren en een foto maken is teveel van het goede en ik wou het beestje niet meer storen dan ik al gedaan had.
Kamsalamanders 
danken hun naam aan de getande rugkam, die de mannetjes ontwikkelen in
het voorjaar. Een belangrijk kenmerk is de oranje buik met daarop een
onregelmatig patroon van zwarte vlekken (soms is de buik zelfs bijna
helemaal zwart). De
kamsalamander is de grootste van de vier soorten watersalamanders met
een lengte tot maximaal 20 cm. De larven worden gekenmerkt door zwarte
vlekken op de staartzoom en een dun uiteinde van de staart. Eieren van
de kamsalamander zijn licht gekleurd en duidelijk groter dan van andere
watersalamanders.

levendbarende hagedis of muurhagedis of zandhagedis


De levendbarende hagedis heeft een zeer groot verspreidingsgebied binnen Europa en Azië en komt onder andere voor in Nederland en België. Het is een van de vier hagedissensoorten die we kennen.
De levendbarende hagedis is een vrij kleine soort die een totale lengte
bereikt van maximaal 18 centimeter, de meeste exemplaren blijven echter
aanzienlijk kleiner
De kleur van de volwassen exemplaren is koperbruin tot bruingrijs met
op iedere flank twee lichte strepen in de lengte, donkerbruine flanken
en zijkanten van de kop. De kleur is variabel en kan sterk neigen naar
grijs of enigszins groenig. Over de rug en flank loopt vaak een vale bruine vlekjestekening, soms een rij vlekken. 

De levendbarende hagedis is vooral te verwarren met de muurhagedis (Podarcis muralis) Beide soorten zijn bruin gekleurd, de
muurhagedis heeft vaak een meer geprononceerde tekening op de rug die
doet denken aan een nettekening. De muurhagedis is het gemakkelijkst te
onderscheiden aan de spitsere kop die enigszins afgeplat is in
vergelijking met de levendbarende hagedis. Een ander verschil is de
rand van de halskraag, die bij de muurhagedis recht is en bij de
levendbarende hagedis ietwat krom.

De levendbarende hagedis wordt ook nogal eens verwisseld met de zandhagedis. Vaak worden jonge zandhagedissen
aangezien voor levendbarende hagedissen. Jonge zandhagedissen hebben
kenmerkende oogstipjes op de flanken. Juveniele exemplaren hebben een
heel donkere bijna zwarte staart. De kop van zandhagedissen heeft een
hoger schedeldak en is ook grover. Ook staat bij de zandhagedis de kop
niet zo in het verlengde van het lichaam als bij de levendbarende
hagedis. Makkelijk gezegd maar zo weet je nog niets . ( bron wikepedia)

Wie weet het ?  Waar is Roel als je hem nodig hebt?

Klein vliegend hert / Dorcus parallelipipedus




 
Na het mannetje gevonden te hebben is er geen twijfel meer mogelijk.Dit is het klein vliegend hert. Het vrouwtje is nog wel te verwarren met de wortelboktor , maar behalve dat de wortelboktor smaller is en het achterlijf ietsje langer is het grootste kenmerk het achterwege zijn van de gedraaide voelsprieten. Deze zat op een paaltje langs het weiland en was ongeveer anderhalve tot 2 cm groot.


Een close-up is gelukkig beter gelukt dan vorige keer, duidelijk zijn de kaken te zien. Het klein vliegend hert leeft in loofbossen van uittredend sap van bomen, maar eet ook wel bladeren. In Nederland komt de kever niet meer overal voor, maar is plaatselijk soms algemeen. Dat wil zeggen dat op de plaatsen waar deze zit hij vrij veel vookomt .hij is zowel overdag als s’nacht actief. Als het warmer is vind de kever het prettiger omdat hij dan sneller is. De larven  in vermolmd hout leven twee tot drie jaar en verpoppen aan het eind van de zomer maar blijven in hun nestkamer om te overwinteren. Pas het volgende jaar verlaat de kever zijn schuilplaats

                                  


Het mannetje is dus duidelijk wat groter maar vooral de kaken zijn groter die wel wat weg hebben van een gewei van een hert vandaar dus vliegend hert. . 

Lunch pauze.


Leuk hoor zo’n lunch pauze …. niet echt maar het moest . Tot 12: 00 uur moeten werken maar daarna een vergadering die pas om 13:30 uur begon. 
Naar huis is niet echt een optie want daar verlies ik veel tijd mee.
Tja wat dan ….. ? Boterhammetje gemaakt, drinken mee.  Brommer gepakt en naar de bunkerhaven een klein stukje van mijn werk af. 
Helaas was het zonnetje verdwenen en waaide het hard maar onderaan de waterkant zat ik lekker uit de wind.
Lekker bammetje eten en kijk om me heen en ja wat zie je dan ……?

Het avondleven op de Veluwe .


 
 
Als je het vorige logje nog niet hebt gelezen dan moet je dat  zeker even eerst doen .
 
 
 
 
We hebben een heerlijke maaltijd achter de rug, al zeg ik het zelf. De steak and chicken pie smaakte heerlijk natuurlijk ook twee keer zo goed na de inspanningen van de afgelopen middag.  En had nooit zo goed gesmaakt zonder de sla van Toos.  Na een beetje natafelen wordt het weer tijd om de schoenen aan te trekken en gaan we op "jacht" naar wat de omgeving nog meer te bieden heeft.
Net zo als ik hier mijn plekjes ken waarbij de kans op het zien van wild groter is, zo kent Roel natuurlijk ook zijn plekjes. En net zoals het hier ook maar afwachten is of de natuur wel wil meewerken, moeten we nu ook lijdzaam afwachten wat de natuur voor ons in petto heeft.
Vanavond hoeven we niet ver te lopen en stellen ons langs een rand van een groots weiland op. We worden vergezeld door een paar andere liefhebbers.  
Geen camera’s deze keer maar wel verrekijkers.

En we turen het weiland af. In de verte loopt een Schotse Hooglander naar de bomenrand toe. Van rechts komen andere runderen onze kant op. Wat een mooie exemplaren, de stier is echt prachtig. Het zijn de Spaanse koeien van de Planken Wambuis: De Tudanka’s  achteraan als een paar kinderen die constant afgeleid worden komen ineens drie kalven aangedraafd.  Ook richting de bomenrij. Ooh oh, koeien onder de bomen en jawel hoor tegen alle voorspellingen in begint het te druppelen. Ooh het zal toch niet. Laten we hopen dat het een buitje voor het stof is. Als echte doorzetters stellen we ons een beetje onder de bomen op en laten de natuur voor onze neuzen zijn voorstelling doorlopen. Als een prachtige choreagrafie ontvouwt zich het decor. De hooglander naar rechts , de tunaka’s naar links onderwijl half nieuwsgierig onze kant opkijkend  om te zien wie vandaag hun toeschouwers zijn.  Turend over het weiland staat er ineens midden in het veld een reebok op en gaat weer liggen. Het gefluister langs de kant  laat merken dat iedereen het nieuws gehoord heeft en op zoek gaat naar het bewuste bokje. Maar liggend is hij dus niet te zien.  De aandacht dwaalt weer naar de bosrand en van rechts komt er een zwarte vlek in beeld. Er wordt getuurd om te zien wat de regisseur in gedachten heeft en langzaam wordt duidelijk dat de twee donkere plekken die hij het toneel opstuurd twee zwijntjes zijn. Scharrelend werken ze hun weg onze kant op heel maar dan ook heel langzaam dichterbij komend. Waardoor we de kans krijgen om te kijken wat zich midden op het toneel afspeelt en dan blijkt dat er wel 5 reeën op het toneel zijn gekomen. Ze grazen en kijken omhoog maken even een sprintje om dan weer hun neus in het sappige gras te laten verdwijnen. De Schotse Hooglander  krijgt een signaaltje van de dirigent en begint erbarmelijk te loeien, blijkbaar voelt hij zich zeer alleen, maar  hij krijgt ondersteuning van de Taranka’s die van inmiddels verre afstand zijn geloei beantwoorden. Achterin het toneel scharrelen  nu ook een paar zwijntjes, wat eht toneel nog wat meer opvult en turend door de kijker schiet er ook nog ene haas door mijn blikveld. Ik geloof dat dit al een geslaagde avond genoemd mag worden . Ondertussen regent het nog steeds stilletjes door en valt toch langzaam maar zeer gestaag de duisternis in.

Tijd om naar het tweede podium te gaan. Het decor bestaat uit donkere silhouetten achterin met links nog een prachtige rooie streep van de zonsondergang. We stellen ons voorzichtig op op de tweede rij tussen de enorme boomstammen in. En staan allemaal verbaasd over het geschenk dat zich voor ons ontplooit.  Achterin het weiland ontvouwen zich de overduidelijke silhouetten van de edelherten. Een paar machtige geweien staren ons uit de verte aan. Turend door de verrekijker en ingehouden adem proberen we een overzicht te krijgen. Uit de bomenrij komen nog steeds de herten naar voren. Langzaam struinend en grazend naar voren werkend. komen ze beter en beter in ons blikveld en enthousiast komen we tot de ontdekking dat het er wel vijftig zouden kunnen zijn. Wat commotie aan de rechterkant veroorzaakt waar ook toeschouwers staan. Gevoelig als de herten zijn trekken ze zich weer terug en laten alleen hun achterlijven zien waar overduidelijk de spiegels te zien zijn. Deze moeten er voor zorgen dat hun jongen een baken hebben om te volgen. De vochtige lucht en de lichte tegenwind die ons maskeert vinden ze toch weer snel hun vertrouwen terug om zich nogmaals in vol ornaat te tonen. Eindelijk wordt duidelijk wat het plot is. De vrouwtjes gaan grazend hun gang en dit neemt hun hele aandacht in beslag. De mannetjes met hun prachtige geweien daarentegen zijn degenen die als goeie echtgenoten de boel in de gaten houden en regelmatig heffen ze hun kop in de lucht om al ruikend de lucht waar te nemen. Je ziet ze de oren spitsen en luisteren en als ze gerustgesteld zijn laten ze hun kop weer neer om weer even te grazen waarna het ritueel weer opnieuw begint. een mooie kans om nogmaals een telling te doen en ik kom tot het magnifieke getal van een 70 plus herten. Bedenkende dat er in dit deel zo’n 200 lopen hebben we dus eventjes bijna de halve populatie gezien.  Als ze weer wat onrustig lijken te worden is dat voor ons het eindsignaal om ze of we de oorzaak zijn of niet  met rust te laten . Akte één en twee hebben zich als een sprookje aan ons ontvouwd. En op een of andere manier voelen we ons zeer gezegend en gelukkig om dit met deze aantallen te mogen meemaken waarbij zelfs Roel en Toos een beetje stil van zijn worden.

 

Op naar de volgende lokatie waar zich akte drie zal afspelen. Ondertussen is het al goed donker als we met de auto bij onze laatste lokatie aankomen.  De akte waarvoor we gekomen. De nachtzwaluw. Ergens kan de dag al niet meer stuk. We hebben al zoveel moois gehoord, gezien,  geproefd, geroken dat we  eigenlijk niet meer durven te hopen. Geen enkel mens kan toch zoveel geluk hebben om alles wat zijn/haar hartje begeert op een bordje met een gouden randje te krijgen. We horen al iets terwijl we uit de auto stappen. Toch wel vaag maar overduidelijk. Roel leidt ons het gebied op naar het derde podium. We goed uit de doppen moeten kijken dat we onze nek niet breken in de duisternis.  We komen aan en het is stil. Mysterieus stil. De heide is veranderd en de donkere contouren van de boomtoppen veranderen in de meest monsterlijke en angstaanjagende creaties. Een draak en een heks komen in het decor tot leven. We wachten af wat er gebeurt en mijn mannetje heeft zich al helemaal uitgebreid op de grond geinstalleerd en begint verdacht stil te worden. En dan ineens horen we een krioet-roep. Twee keer heel snel achter elkaar.  De nachtzwaluw. En heel langzaam eerst heel zachtjes horen we een roller. RRRRRRRRR in twee toonhoogtes. Het klinkt zeer misterieus in die donkere omgeving en langzaam wordt de roller harder en we realiseren ons dat de nachtzwaluw niet ver van ons verwijdert is en met ene boom aan de ene kant achter ons en voor ons een tweede boom is het niet moeilijk om te proberen de lokatie te peilen.
Na een tijdje gerold te hebben is het plots weer stil. Tussendoor laat zich nog even een bosuil horen. Eventjes om dan verrast te worden door een klappend geluid.  Net als handje klap maar dan wel van kinderhandjes . meteen daarna komt een antwoord van de andere kant en voordat we het realiseren staan we midden in een territorium Battle. Roel staat bijna te springen. De ene roller tegen de ander op, dan weer het specifieke klapgeluid waarbij de vogel zich verplaatst en je hem ook bijna kunt volgen. Het is donker en mede doordat je ogen aan de donkerte wennen zou je een schim kunnen zien als je het geluid  kunt volgen maar meer dan een schaduw is het niet. 
Na dit finalestuk kunnen we niet anders dan onder de hele zacht roep van de ransuil voldaan van het toneel aflopen.
Het enige dat nu nog helpt om dit te verwerken is een goeie verdiende borrel en een kneep in de arm want ik wilde wel even zeker weten dat ik deze avond niet gedroomd heb. 
 
Link naar : Roep nachtzwaluw.  

Kootwijkerzand


Na veel heen en weer geschrijf en gecommuniceer waarbij het gewoon heel goed klikte, hebben we het eindelijk voor elkaar gekregen om tussen de bedrijven door een afspraak te maken.   Bijna was het al eerder gelukt maar helaas er zat een reisje Engeland tussen dat net in dezelfde week viel.  Helaas.
Maar wat goed, is moet lang pruttelen:  zei mijn vader al altijd. Dus onzer beider nieuwsgierigheid moest maar even wachten. En wat is nou een mooier excuus dan een nachtzwaluw. Een zeer mysterieuze nachtvogel met een wonderlijke "zang". Dus toen Roel de nachtzwaluw ter sprake bracht werd de drang om richting de Veluwe te gaan wel heel groot.
Het was een beetje zessen en schrijven om dat het heel vroeg in het jaar was en misschien liet hij zich nog niet horen. Nou Roel, geen probleem hoor ik vind zwijntjes en hertjes ook heel leuk , en mocht hij zich niet laten horen dan hebben we gewoon een excuus om het nog een keer te doen. Zo gezegd zo gedaan.  Eindelijk was het zover.  
 
Dankzij de TomTom en de nieuwe A73 kwamen we al na een anderhalf uur rijden aan op de plaats van bestemming.
Stuart kijkt waar we moeten zijn en zegt volgens mij moeten we daar zijn en hij wijst,  ja dat kan niet anders dat moet wel goed zijn want wie in Nederland zou er anders buiten staan met een fototoestel voor de neus gericht op plantjes en beestjes als het geen spacer was. Ze merkt dat er een auto voor de deur stopt en stuift naar binnen.
Ja dat moet wel goed zijn. Met veel enthousiasme worden we onthaald. 
 
Na de lunch met koffie en broodjes begint het te kriebelen. Zo waar gaan we naartoe? Je bent nu hier dus wat zullen we gaan doen. Jaren geleden zijn we wel op de Veluwe op vakantie geweest en zelfs een paar keer maar met twee kinderen beleef je andere dingen. Alles is goed, ik ben met alles blij en ik zou niet weten wat te kiezen.  Na wat overleg wordt het Kootwijkerzand.  Eerst neemt Roel ons mee naar de uitkijktoren en het uitzicht is adembenemend. En in een oogopslag weet ik weer waarom ik zo verliefd ben op de Veluwe. Het is onder meer de grootsheid, de wijdheid. Het feit dat zo’n groot aaneengesloten gebied zo ongerept is gebleven. Geen hectare bos en dan weer bebouwing zoals bij ons waarbij je vanuit de lucht kunt zien dat alles geblokt en zeer gecultiveerd erbij ligt.  
En ik word op slag weer verliefd.  De uitgestrektheid laat zich in alle volle glorie zien met prachtige kleuren.
Eerlijk is eerlijk het weer was om door een ringetje te halen zo mooi. Geelwit zand, paars-groen gras, donkergroene dennen, lichtgroen loofblad ,het blauw-paarse bos aan het eind van de horizon , de blauw lucht met zijn mooie witte wolken. De kleurschakering is gewoon tekenend  voor de variatie die met een oogopslag te zien is. 
De kinderen die in het zand spelen, moeders die de emmertjes dragen, allemaal vooraan bij de toren en daarachter een grote lege ruimte.
We lopen door het stuifzand waarbij je inderdaad de neiging krijgt om schelpen te gaan zoeken. Hoe verder we lopen hoe ongeschonderder is het stuifzand. Je voelt je haast schuldig om de eerste stappen erin te zetten, en zo het zand te bezoedelen.  Nadat de eerste indrukken zijn mijn zintuigen wat meer gewend aan de kleuren  en geuren en begint zich langzaam wat meer ruimte te ontwikkelen voor de details.
Roel weet natuurlijk heel veel te vertellen en langzaam begin ik te zien hoe het stuifzand werkt , functioneert, verandert door de invloeden van mens, dier, weer en wind. Waar het wegwaait , en waar het blijft liggen en waarom Ik herken alg-lagen, mossen, grassen. Als je meer inzicht krijgt dan gaat een gebied voor je leven.
Eigenlijk is het als een boek. Als een boek in een andere taal is geschreven dan kun je het mooi vinden om de plaatjes, de klank van de taal, maar je kunt het niet lezen. Als je de taal leert dan gaat het boek veel meer spreken, het vertelt iets tegen je en je begrijpt wat er bedoelt wordt er is interactie.  Wil je of kun je de taal niet leren dan zul je het boek weliswaar mooi vinden maar het gaat niet voor je leven.  
Het stuifzand leeft , maar de bewoners laten zich niet makkelijk zien, maar met vier paar ogen waarvan twee paar getrainde ogen valt er natuurlijk wel het nodige te ontdekken. En al gauw lopen Stuart en ik als "volleerde" amateurs te speuren naar het leven in het zand. De rupsen laten als eerste hun trucje zien heideringelrupsen. Toos ontdekt eerst de vervellingen om dan een klein stukje verderop het gekrioel van de rupsen te ontdekken. Rupsen die zo in een headbang-band mee kunnen doen omdat ze als afweer hard met hun kopjes begonnen te schudden .We leren de zandloopkevers herkennen, komen sluipwespen tegen die ,alsof Roel ze getraind had, lieten zien hoe ze hun eieren afleggen. Een ontdekking van een hagedis heeft als gevolg dat deze wel een beetje verlegen werd,  wat niet gek is want hij had ineens drie van die paparazi fotografen om zich heen staan. Dit is nu de meest gefotografeerde hagedis van het Kootwijkerzand en zal zijn familie heel wat te vertellen hebben.
We komen erachter hoe extreem het leven is op de stuifzand want de temperatuur loopt flink . Roel hierdoor zeer in zijn nopjes want de kans op een kennismaking is bij een zwoele avond een stuk groter.
Is het in het dorp misschien een graad of 25, op de zanding zal hij wel makkelijk de 30 gehaald hebben en alsof we een stelletje amateurs zijn hebben we helemaal geen drinken bij ons. Na de eerste opmerking over een goudgele rakker ging het tempo ineens weer omhoog alsof de heren hem konden ruiken en wordt op een terrasje een geslaagde middag afgesloten.