ijssculpturen in Roermond


IJssculpturen in Roermond. Laat ik hier maar heel kort over zijn. Witte kerst in ijs. 25 beeldwerken van ijs. doorzichtig ijs, wit ijs, verlicht ijs.  Omgeving van min 8 graden. Je loopt er in minder dan drie kwartier doorheen. Langer zal ook wel niet prettig zijn.  Het is een fotografische nachtmerrie.  Maar het was wel de moeite waard. Kort en krachtig maar oooh wat mooi!!!!  Kunst in ijs. 100_7997

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een wit sprookjesbos


De Doort is net als de rest van Nederland eindelijk bedekt met een prachtige laag sneeuw. De sneeuw geeft een sprookjesachtig winterwonderland uiterlijk aan het normale groene bos. Als een dikke deken heeft de sneeuw een dempende laag gelegd over paden struiken bomen. De koude temperaturen van -10 die we de afgelopen dagen gehad hebben zijn getemperd tot een warm min 3 graden.  Het bos is getransformeerd tot een witte stille gedempte wereld. De gevallen sneeuw ligt als een maagdelijk tapijt nog ongeschonden. Ik ben de eerste buitenstaander die hier zijn voetsporen zet. De wereld ziet er idyllisch uit.  De stilte is oorverdovend en het enige geluid dat voortgebracht wordt is het kraken van de sneeuw onder mijn voeten. Af en toe sta ik stil om de omgeving in me op te nemen. voorlopig lijken de roodborst en de winterkoning de enige heersers in het witte bos. De grote vijvers zijn bevroren en met sneeuw bedekt. Heel leuk om de konijnensporen over het water te zien gaan. Gek genoeg krijg ik er zo’n Bambi-beeld bij, waar ik Stampertje opgewonden naar het water zien rennen, jongens kom eens kijken waar we nu kunnen lopen, kijk wat leuk. Het plaatje is compleet als ik ook een reeënspoor over het ijs zie lopen.  Langs de vijvers is het verder stil er zitten slechts een paar vinken in de struik. De watervogels zijn weggetrokken, geen meerkoetjes , geen futen en geen zwanen meer. Ergens vreemd om het hier zo stil te zien. Maar er is veel gebeurd aan beheer dus dat laat zijn sporen na denk ik zo.  Vandaar dat ik dus hele verheugd ben om toch ene reeënspoor te ontdekken al was het niet op de plaats waar ik verwachtte. De konijnen zijn in ieder geval goed aanwezig. Langs de waterrand  zie ik nog de sporen van een rat. Als ik het goed heb een muskusrat maar deze zal ik toch ook moeten opzoeken.

Ik verplaats me terug om me naar de andere kant te begeven. Aan de andere kant van de weg ligt het beukengedeelte en de verandering is opvallend hier leeft het meer. Vogels zijn druk in de weer en vooral onder aan de stammen zie ik veel beweging. Ook de sneeuw is hier een rommeltje van allerlei verschillende sporen waardoor de prenten niet meer goed te onderscheiden zijn. Hier zie ik vooral ook muizen sporen tussen de konijnensporen. Dan een spoor dat ik niet erg goed ken. Leuk zo leer je steeds meer. Zo is ook heel leuk om te zien dat de merel de blad omgooier in het bos, de plekjes onder de boomstammen sneeuwvrij maakt waardoor het onderliggende blader dek zichtbaar wordt. Precies aan de oostkant van de bomen waar dus de minste sneeuw ligt. Het roodborstje maakt er gretig gebruik van. De grootste lawaaimaker is juist de kleinste aanwezige namelijk het winterkoninkje.  Het is misschien een idyllisch wereldje voor ons maar voor de dieren die er wonen is het hard werken geblazen. Het is maar goed dat ze in hun overlevingsdrang ,niet beseffen dat ik me weer terugtrek om me naar mijn warme huisje te begeven waar de koffie lekker ruikt.      

sneeuw


Ook hier heeft de sneeuw toegeslagen. Dus vandaag maar eens binnen gebleven voor de kachel met een extra kopje koffie. Zelfs als ik naar buiten had gewild had ik geen kans gehad want het heeft echt de hele dag gesneeuwd.  Niet dat ik daar erg blij mee ben want ik moet toch zien hoe ik morgen met brommer veilig op mijn werk kom. De client die ik heb gaat iedere middag naar haar man in het verzorgingstehuis dus ik kan ook niet zeggen ik kom een andere keer maar dan op een middag. Drie dagen moet ik nog. Brrr.

Vandaag maar eens de vogeltjes in de tuin gefotografeerd wat nog niet erg gemakkelijk ging omdat we een afdak hebben waaronder het behoorlijk donker is nu. Wat wel goed nieuws is is dat ik eindelijk onze kolonie mussen heb kunne tellen en het verheugende aantal is 25 dat zijn er meer dan vorig jaar. Verder is 25 ook een groep die toekomst heeft, als de populatie onder de 15 komt is de groep geen lang leven meer beschoren.  De mussen waren dan ook goed vertegenwoordigd gelukkig, maar het is een van de weinige groepen nog in deze buurt dus voorzichtigheid is alsnog geboden. Mussen zijn behoorlijk honkvast dus ze hebben niet de neiging om andere gebieden te gaan bezetten. Alleen de jongen die ongeveer een jaar zijn maar zeker niet veel ouder kunnen wel eens avontuurlijk worden en dan een stukje verderop gaan wonen waardoor er misschien een nieuwe groep ontstaat. De heg tussen ons en de buren is dus goud waard want het is meteen ook de enige heg in de buurt de rest heeft allemaal schuttingen. onze inspanningen van struiken, schuilplaatsen, water en zandbaden hebben in ieder geval  al vruchten afgeworpen. Dit jaar gaan we ook kijken voor extra broedplaatsen want mussen broeden niet zoals veel mensen denken in de heg maar onder het dak en aangezien ook onze daken vervangen zijn kunnen ze wel wat hulp gebruiken. Een vogelvide is een oplossing maar deze kost wel 195 euro voor zes meter. Het is wel de meest duurzaamste oplossing. maar nestkastjes werken gelukkig ook als ze maar op de goede hoogte van boven de twee meter liefst drie zitten, en de invliegopening groot genoeg is 36 cm  en dan willen ze graag bij elkaar zitten dus waar je normaal afstand houd tussen nestkasten zet je ze nu heel dicht bij elkaar.  Eigenlijk hadden ze al moeten hangen, schaam schaam,  dus daar gaan we gauw wat aan doen. De tortelduifjes hebben onze tuin ook gevonden. Trouwens alle vogels die ik gezien heb zijn allemaal vaste bewoners in de buurt dus nog geen verassingen hier, als het koude weer aanhoud zal ik ook nog wel andere gasten zien. Wat ik wel nog verwacht, helaas bijna, is de havik/ sperwer daar zijn we nog niet helemaal uit ,  die in deze omgeving jaagt trouwens ook een van de redenen van de achteruitgang van de mus.  Dus mijn vaste winter tuinbewoners zijn de drie merels , de +25 mussen, 1 heggenmus, 3 pimpelmeesjes, 2 koolmees, 1 roodborst, 1 winterkoning, vier tortelduiven , zes kauwtjes, twee eksters zitten om de hoek maar durven de tuin nog niet in. Niet slecht voor een tuin dat amper zes jaar geleden nog een hele stenen tuin was. Amper 65 vierkante meter. 

  100_7870

ooh allemaal lekkers

100_7872

Pas op …… bommetje …….laat me erbij !!!

100_7873

Ben ik niet mooi?

100_7882

hier zit een lekker warm plekje 

100_7885

brrrr, ik heb het koud !!!!

100_7886

even gauw wat vet naar binnen.

100_7863

wat een drukte hier zeg…

100_7866

laat mij er ook eens bij.

100_7869

laat hen maar lekker vechten wij eten de gevallen kruimels wel. Gezellig hè zo samen aan tafel.

Ganzen en……………. kievitten


Het zonnetje scheen, de verwachtingen grim, het weekend weer druk. Dan gaat het al bij voorbaat te kriebelen. Vanaf mijn werk maak ik een kleine omweg alvorens naar huis te gaan, dat betekent de maas oversteken en even gauw naar de  Brandt in Stevensweert en de Stevolplas. De Brandt, ik weet niet of ik dat al eens uitgelegd heb is een groot schiereiland dat in de Maas ligt. Er is slechts één weg in en uit. Het overloopt plaatselijk tijdens hoog water en bestaat daardoor grotendeel uit grasland. Afhankelijk van de windrichting is het hier heerlijk vertoeven of ijzig afzien zoals vandaag. Maar omdat ik gekleed ben op mijn brommer met twee à drie paar broeken en dito truien inclusief jas deert de koude me niet. Eén van de redenen waarom één uurtje uitwaaien vaak uitloopt in drie a vier uurtjes en ik rammelend van de honger naar huis wordt gedwongen.  
Al vanaf de bunkerhaven ( waar ik werd begroet door de buizerd) voordat ik de Maas ben overgestoken heb ik uitzicht op de ganzen.
Al vanaf deze afstand kan ik zien dat de populatie is veranderd. Waar eerst de  grauwe ganzen zaten zitten nu brandganzen in volle getale. Vanaf deze afstand kan ik al een schatting maken van een groep die bestaat uit minimaal zo’n 250 stuks. Waarschijnlijk afkomstig van Groenland tot Spitsbergen. Achterin zie ik nog steeds de grote witte boerenganzen zitten die er vorige keer ook zaten. Soepganzen worden ze ook wel genoemd en als je ze vergelijkt met de andere ganzen dan begrijp je echt waarom. Ze zijn twee keer zo groot als de gemiddelde gans.   
Bij deze gedachte realiseer ik me weer hoeveel geluk deze ganzen hebben om een veilige haven te hebben gevonden.
Helaas sneuvelen er zelfs hier in Nederland nog heel veel ganzen door afschot. Kwaad maakt zoiets me want juist Nederland is grandioos geschikt als overwinteringsgebied. Tenslotte vangen wij toch de ganzen op van heel veel andere landen en dat geeft toch verantwoordelijkheid.
Waar de ganzen met rust worden gelaten merk je dat ze zich over een groter gebied verspreiden en de schade nog beperkter wordt. De schade wordt ook vaak erg overdreven, vanwege beloofde vergoedingen of gewoon ouderwetse koppigheid van de boer. Ganzen zijn grasgrazers en gras heeft toch de neiging om steeds weer bij te groeien. Zelfs als de velden bemest worden met ganzenontlasting groeit het gras weer door. Daarnaast worden bijna ieder jaar de grasvelden weer schoongespoeld door de uittreding van de Maas ieder voorjaar. 
Ik steek via de brug de Maas over om me dichterbij te begeven. Dit is nog niet zo makkelijk zeker niet met die boerenjongens in de buurt die werkelijk ogen als een havik lijken te hebben en bij het minste of geringste beginnen te snateren waardoor de rest zich weer van mij verwijderd. Het zijn niet voor niets favoriete waakdieren. Genietend van de ganzen bemerk ik ineens kleinere vogels die tussen de ganzen door wandelen, scharrelen eigenlijk. Ineens hoor ik een onverwachts geluid dat ik dus helemaal niet verwacht, tenminste niet nu maar eerder in de lente en dan herken ik de statige vogels . Het zijn kievitten. Een beetje verbaasd in eerste instantie en dan realiseer ik me dat kievitten maar ook de brandganzen zich ophouden aan de asogenaamde vorstgrens. Al vriest het hier ik vermoed dat we dan toch aan het grensgebied zitten als het nu nog harder zou gaan vriezen dan zullen de brandganzen en de kievitten zich meer naar het zuiden gaan begeven.  
De wind trotserend loop ik langs en door de velden en weilanden waarbij ik in de gaten krijg dat de temperatuur flink aan het dalen is. Vanuit de verte vliegt een enorme grote groep ganzen de lucht in.

 Een enorme wolk ganzen blokkeert het beeld naar de horizon. In de verte zie ik twee wandelaars net zo gek als ik dus. Met veel gegak verzamelt de wolk zich en koersen ze met zijn allen naar een volgend weiland waar een record wordt gevestigd in simultaan landen. Aan het gegak te horen zijn het grauwe ganzen. Aan de andere kant, ergens achter de bomen vliegt nog een groep op, deze groep begeeft zich naar het water zelfs op deze afstand kan ik de landende ganzen in het water horen klotsen. Het heeft echt iets indrukwekkends als zo’n grote groep de lucht in gaat. Voordat ik het weet ben ik omringd met ganzen en hoor ik de wind die vanonder hun vleugels verplaatst wordt.
Het klinkt als een uitnodiging. Daarop besluit ik om me die kant op te begeven.
Een abrupt wegsprintende haas bezorgt me onbewust een hartaanval en ik vervloek mezelf dat ik van hem schrok of beter gezegd dat ik hem heb laten schrikken omdat ik vergeten was dat hij zich hier ophoudt. Ik kom hem geregeld tegen en normaal houd hij zich plat tot ik langs ben gelopen hopend dat ik hem niet zie om zich dan achter mijn rug rustig uit de voeten te maken.
Langs het water is het zeer mooi maar wel koud, ik sta precies met mijn gezicht in de wind.
De donkere wolken zijn nu pas echt goed zichtbaar. De zon breekt er hier en daar tussendoor en prachtige stralen raken het water dat daardoor veranderd in glinsterende diamantjes. De ijzige wind is teveel voor mijn camera en ik merk dat de knopjes niet meer willen. Genietend van het prachtige uitzicht besluit ik dat het genoeg is geweest en maak ik me klaar om mijn reis naar huis te vervolgen. Via Stevensweert en de Laak rij ik langs de Stevol plas waar de ganzen ook al in het water liggen. Als ik even stop om te kijken bemerk ik dat een sneeuwstorm me van achter probeert in te halen. Zo word ik door het weer naar huis geleid. Voldaan kan ik me opmaken voor de kerstborrel van het werk.    

putters en spreeuwen


De koude wind en de lichte sneeuwval lijken bij normale mensen misschien niet tot wandelen uit te nodigen maar voor mij is dat juist koren op mijn molen. Ik ga het liefste als andere mensen nog op een oor liggen, of als andere mensen lekker warm voor de kachel zitten. Dat het niet altijd uitkomt maakt de beloning voor mij des te groter als het wel lukt. Zoals vandaag dus. Nu ik weer veilig thuis zit achter mijn warme koffie en mijn heerlijke eigengemaakte stoofpeertjes beginnen mijn wangen en oren te gloeien. dat zijn ook de enige delen die de kou hebben gevoeld. Zelfs mijn vingers waren niet koud. 

De koude en de lichte sneeuw nodigde uit tot de Stevol plas, daar waar de wind over de ruige gebieden snijdt, het water maar heel langzaam kolkt omdat het zo koud is. Hier kun je je nog een beetje wild wanen, geen mensen, geen paden maar wel distels, kaardebollen,  st Janskruid, wilde paarden en koeien. Als dan de wind je in de nek waait de paarden in je blikveld lopen, de torenvalk jagend door de lucht schiet, dan zie je hoe het vroeger was jaren en jaren geleden. toen er nog geen wegen waren, geen auto’s maar ook geen gejaag, geen drukte en bombarie.  Als je door dit gebied struint dan realiseer je je hoe kwetsbaar je bent als mens. dan besef je dat wij mensen eigenlijk niet meer geschikt zijn om op deze manier de natuur te beleven. De ganzen weten dat wel en hebben hun koude gebied achgtrer zich gelaten om hun weg naar dit gebied zetten waar ze warmte voedsel en veiligheid hopen te vinden. Er zullen er zeker meer volgen. Overdag op het gras en ‘s nachts lekker veilig op het water. De lichtgevallen sneeuw geeft me de kans om eindelijk eens te zien wat er normaal voor me verborgen blijft. Sporen in de sneeuw laten zien wie of wat er in het gebied aanwezig is. De koeien en de paarden hebben hun heerlijke vacht, de vogels zetten hun veren uit om te lucht ertussen vast te houden, In de ruigte vinden zij voedsel waar wij slechts dorre takken vinden.

Eén blik langs het bruine veld en meteen word ik met mijn neus op de feiten geduwd. Ik ben eigenlijk maar een dom mens. totaal niet aangepast aan de elementen, nu kan ik de vogels wel horen maar absoluut niet zien. De mens is blind, als ik verder loop vliegt er een grote zwerm op om verderop weer neer te strijken. Zelfs nu ik gezien heb waar de landing plaats vond zie ik ze niet. Stekeblind dus.  Pas als ik alle gejaagdheid van het mens-zijn van me af kan zetten vind ik rust. De rust die nodig is om één te worden met mijn omgeving.  De rust straalt uit naar mijn omgeving en de vogels pikken het op. De angst verdwijnt, de voorzichtigheid laten ze vallen.  Dit zijn de momenten waar ik op drijf. Ik krijg een kijkje in de keuken van de distel-eters. 

100_7791

De puttertjes , welke prachtige gekleurde vogeltjes zijn die echt zouden moeten opvallen, zou je denken tenminste, vliegen keuvelend en kwetterend van gebied naar gebied. Ze landen in de gevaarlijke distelplanten waar ze helemaal in verdwijnen. Pas later op de foto’s zie ik dat het  opvallende geel in de vleugels gecamoufleerd wordt door kleine gele bloemetjes die nog steeds zichtbaar zijn tussen de takken door. Ze pikken met hun grove bekjes de zaden los. Zaden die vol zitten met eiwitten en energie. Heel belangrijk in deze koude tijden. De grote groep spreeuwen foerageert onderlangs op de grond. Ze hopen zo de gevallen zaden te kunnen bemachtigen.  De bodem met slecht een dun laagje sneeuw, is bedekt onder de kleine vogelpootspoortjes.  Af en toe om een onbekende reden vliegt de hele groep in een keer op , vormen een prachtige wolk gevolgd door de gezellig kwetterende puttertjes, om wat verderop weer neer te strijken. Zodra ze neerstrijken zijn ze weer helemaal uit het blikveld verdwenen.  Het is duidelijk dat zowel de putters als de spreeuwen elkaars gezelschap appreciëren. Ik ook maar helaas vlogen de uren weer om en werd ik gedwongen door het mens zijn en de opkomende koude om weer naar huis te gaan. De beloning een lekkere warme kop koffie is in de natuur natuurlijk moeilijk te vinden.

100_7755

Meer foto’s

Issabellagriend. Herten


Goh wat vliegt de tijd. Het was alweer een maand geleden dat we met de vogelwerkgroep weg waren dus een nieuwe excusie stond op de planning. Dit keer naar de Issabellagriend in  Merum-Herten. Ook weer een gebied dat langs de maas ligt. We hadden een behoorlijke groep.
 
Sommige ken ik inmiddels wel, anderen miste ik dit keer en weer anderen waren nieuwe voor mij. Al bij de verzamelplaats met een bakker die op zondag open was ( ooooh dat rook lekker) werden de eerste vogels al genoteerd. Ja, zeer fanatiek wat dat betreft. Dit keer geen vreemd "kerktorenkruipertje" maar de kraaiende haan en een zwerm kauwtjes die ook op die lekkere luchten afkwamen en net als wij pech hadden. We lopen gezamelijk het kleine dorp door richting de maas waar de wind ons guur om de oren sloeg. 
Een paar druppeltjes regen deden het ergste vermoeden maar trokken gelukkig verder zonder al te veel water op ons neer te laten.  Langs de maas lopen we over de dijk waar we de koeien vlaaien omzichtig probeerden te vermijden. Dit gelukte niet helemaal omdat ook wij door de koeienpoortjes van wei naar wei moesten lopen. Als geroutineerde paaldansers werd geprobeerd de modder en de koeienvlaaien die op de verzamelplaatsen voorkwam te vermijden. Er waren er die zeer lenig de modder vermeden er waren er ook tussen die hun baan maar beter niet kunnen opgeven. Hilarisch was het in ieder geval maar ook hard werken. Al onze moeite werd wel beloond met een paar zeer leuke exemplaren, als kuifeend, duiker, zaagbek,nonnetje. Wat betreft de zangvogel werden we verwend met graspiepers, kramsvogels en koperwieken. Om ons eraan te herinneren hoe warm het nog is bleek uit een grote groep kieviten die zich nog lieten zien. Kievitten trekken voor de vorstgrens uit. Waarschijnlijk zijn dit dus exemplaren uit Scandinavië.
 Het onderwerp van gesprek waren onder andere de kraanvogels die in volle getalen in Limburg te zien moeten zijn geweest en die gek genoeg door niemand van onze groep gezien zijn. Ze zijn onder andere gesignaleerd op de plek waar ik donderdag was geweest maar ik was dus een dag te vroeg ook voor de zaagbekken die daar vrijdag in redelijke aantallen zijn gezien.
Een rotszwaluw heeft behoorlijk wat commotie veroorzaakt. Zelfs degene die in Maastricht woonde waar die zwaluw dus gesignaleerd was, was niet in staat geweest om te gaan kijken. Wat de rotszwaluw al gauw hernoemde tot rotzwaluw.
Verder waren ook de konikspaarden en de gallowaykoeien weer een obstakel. Heel leuk was dat degene met wie ik in gesprek was, al de nodige jaren deze groep paarden geobserveerd had en dus precies wist te vertellen hoe oud sommige waren. Het veulentje op de foto’s is er een van een vrouwtje die er al vanaf het begin bij is. Een bejaard moedertje dus. Er waren trouwens twee late veulens in deze groep, die zijn blij met dit zachte weer natuurlijk.
 
Het was weer een gezellige maar vooral ook waardevolle ochtend die we bijna droog hebben doorgebracht. Om half twaalf zaten we in de auto en begon het te regenen.

Torenvalk.


Biddend in de lucht, hangt ze stil. In de stromende regen.
Ze heeft veel honger. De wind en de regen moet ze nu trotseren om haar maag te kunnen vullen. Het is nu of nooit.
Ze moet wel, want ondertussen is het al vier uur in de middag geweest en over een klein uur is het alweer donker. Als de torenvalk dan geen prooi heeft zal zij de hele nacht honger moeten lijden.
Dit is voor het kleine torenvalkje niet het meest ideale uitgangspunt, koude nachten en regen drainen het energieniveau van de kleine roofvogel. Als het energieniveau te laag wordt zal ze niet eens genoeg energie hebben om de volgende ochtend fatsoenlijk te kunnen jagen en afhankelijk moeten zijn van een  wel zeer onoplettende muis. Ze weet dat die er echt nog niet zomaar zijn. De temperaturen liggen hoger dan gemiddeld en de muizen kunnen zich nog zonder problemen vol stouwen met allerlei achterbebleven maiskorrels, zaden enz. Voor de torenvalk funest want dat betekent dat ze extra hard moet werken om haar maag te vullen.
Biddend hangt ze in de lucht, dan ineens slaat ze haar vleugels langs haar lichaam en laat zich vallen tot de halverwege de hoogte. Even klapperen de vleugels, de staart staat wijd open, sturend en turend. Ze klapt haar vleugels uit en maakt weer hoogte. Blijkbaar was datgene wat ze gezien had weer weg.  Ze vliegt naar de oude zwarte versteende boom die kaarsrecht staat, paraderend als getuige van herinneringen aan oude vervlogen tijden. Even rust ze uit. Haar borst gaat zichtbaar op en neer ze is uitgeput. Maar de tijd dringt. Ze realiseert zich dat ze het nog een keer moet proberen en na enkele seconden kiest ze weer het luchtruim. Ze vliegt en tuurt de grondoppervlakte af op zoek naar beweging. Ineens laat ze zich vanuit haar vlucht vallen haar vleugels strak langs haar lichaam, even verdwijnt ze uit beeld en schiet ineens langs de waterkant weer omhoog. Om zich  op een kleine meeuwensoort te storten, die terwijl hij geraakt wordt even uit koers raakt. 
Het valkje heeft zich uit wanhoop op een zeer ongebruikelijke maar onoplettende prooi gestort. De kleine meeuwensoort blijkt echter een visdiefje die qua vliegkunst echt niet onderdoet aan het valkje en kan zich dan ook heel snel herstellen. Hij schiet er als een speer vandoor. Voor het valkje was het alles of niets en ze heeft misgegrepen. Uitgeput wordt ze gedwongen om een paaltje op te zoeken. Ze schudt de regen van zich af. Ze heeft een hekel aan regen want met natte veren vliegen kost veel te veel energie. Gelaten kijk ze om zich heen. Ze ergert zich dat ze zich heeft laten verleiden. Ze schudt nog een keer de veren uit en poetst de vleugelpennen nog even goed op. Als ze zich nu eens even beheerst ondanks de honger, dan kan ze zorgen dat ze goed uitgerust is, misschien stopt het nog wel even met regenen. Ze zet haar veren op om zich te beschermen tegen de snijdende wind. Geïrriteerd probeert ze haar gedachten aan de lege maag opzij te zetten. Langzaamaan stopt het met regenen, ze maakt zich klaar voor een volgende vlucht, de veren worden nog even goed na gekeken. Ze neemt even de tijd om de weerhaakjes van de veren op te ruwen zodat de haartjes weer goed aan elkaar plakken, zo zal ze dadelijk nog sneller en wendbaarder zijn. Achter haar breken langs de horizon de wolken en schijnen de laatste zonnestralen tussen de wolken door. Haar tijdsraam  heeft er plots een half uur bijgekregen en met aan de andere kant een regenboog kiest ze het luchtruim, de wind die wat vriendelijker is geworden neemt haar mee omhoog. Ze heeft vandaag weer geluk gehad.  Deze nacht zal ze ook weer overleven.