graspieper


Daar zit je dan heel parmantig op een weidepaal.  Zonet  floot je je hoogste lied. Letterlijk stijg je al fluitend naar grote hoogtes. Hoger en hoger tot je noten niet meer hoger kunnen. Dan worden de vleugels en het staartje gespreid en laat je je als een parachute vallen, niet zo langzaam als je familie de boompieper.  Die dwarrelt meer als een vallend blad.  Nee jij gaat gestaag op je doel af om je een halve meter boven je landplaats weer rechtop te richten en met een boog je landing in te zetten .

Vanuit je post laat je nog even je sjierpend geluid horen.  Niets aantrekkend van die gekke mensen die je staan te bekijken. zolang ze maar een respectvolle afstand houden ben je bereid te blijven staan, totdat wandelaars je rust verstoren en je weer de drang voelt om de hoogte inte gaan.

Duidelijk is de verstoring in je oogjes te zien, die rare mensen hebben ook geen respect, hoe kan het ook met die tweebenigen die realiseren zich niet meer hoe mooi de wereld kan zijn. alleen maar bezig met zichzelf en hun gefiets, gepaardrij en hun honden.

Vol vertrouwen blijven we kijken genietend van je mooie zang, die drukke mensen zijn alweer langsgelopen,  ondanks onze aandacht hebben ze jou niet gezien.  Niet beseffend hoe mooi je bent. Met je streepjes pyama, de tekening op je vleugels , de mooie streepjes op je keel, getekend om gecamoufleerd te zijn. Om niet op te vallen, je nestje dat op de grond is gebouwd is zeker in de buurt,  weliswaar goed verstopt tussen de planten net als jij gecamoufleerd.

Een prachtig vogeltje dat even in de aandacht mag staan, let ermaar eens op of je hem niet  de hoogte in hoort/ ziet stijgen.