De ijsduiker : Gavia immer


 

De ijsduiker : Gavia immer

WML plas (16)Het is niet de makkelijkste vogel om te fotograferen, hij ligt op het water en heet niet voor niets duiker en is dus om de haverklap verdwenen. Bij de eerste foto laat hij alleen zijn kop zien, dat was zijn favoriete houding de eerste 10 minuten. Je zou hem nog over het hoofd zien.

WML plas (20)

Het heeft iets weg van een jonge fuut, en zelfs te verwarren met een lichte aalscholver en op zo’n grote waterplas is de grootte heel moeilijk te schatten.  Vergelijk hem eens met deze kuifeendjes bijvoorbeeld. Hoe groot zou je hem schatten ?

WML plas (18)

Het is moeilijk voor te stellen dat deze vogel wel zo’ n 70-90 cm in formaat is.  Naast een aalscholver is dit echt een reus.  Maar op die grote waterplas lijkt hij maar heel klein.

WML plas (17)

De ijsduiker is eigenlijk een zeevogel die hier komt vanuit IJsland ,en in de winter soms zelfs  in het binnenland te zien, hier alweer voor het tweede jaar.  Hij duikt om vis, insecten en kreeftachtigen te vangen.

WML plas (22)

Het is jammer dat hij hier in winterkleed te zien is want zijn zomerkleed is helemaal spectaculair.

sneeuwlandschapje


Na gisteren een prachtige crash gemaakt te hebben, besloot ik vandaag dat ik die lift toch maar met twee handen aannam. Mijn ego is gekwetst een paar flinke blauwe plekken en behoorlijk wat spierpijn die me een beetje hindert. Gevolg van de lift is dat ik na mijn werk wel even naar huis moet lopen.  Een wandelingetje van Maasbracht naar Echt.  Met een wit sneeuwlandschap en hier en daar een leuk onderwerp.  Bij een groepje kolganzen die normaal overduidelijk herkenbaar zijn aan hun witte stuit en de witte neusbrug moet ik toch even iets beter kijken om ze te herkennen. De afstand en het tegenlicht van een heerlijk verwarmend zonnetje werken daar ook in tegen.  Kolganzen kun je beter niet opjagen, hoe mooi het ook is om zo’n hele groep ganzen de lucht in te zien gaan.  De ganzen verbruiken bij zo’n paniekvlucht zoveel energie dat ze weer drie uur grazen nodig hebben om dit bij te werken en dan te bedenken dat ze ‘s avonds altijd terug moeten vliegen naar hun slaapplek. Dus alleen al voor die vlucht en de vlucht ‘s morgens naar de grasvelden hebben ze 6 uur grazen nodig. Iets om over na te denken dus.

Een ommetje grensmaas


Nieuwsgierig

Nieuwsgierig was ik toen ik mijn weg zette naar de stevolplas, benieuwd of inderdaad de ijsvogel zijn nest had ingenomen. Dat ik getrakteerd zou worden op zo’n zonnige dag was gewoonweg een bonus, de eerste mooie dag hier.

Dat was ook meteen te merken aan de vogels en insecten die levendig en roerig het terrein bevlogen. De jacht had zijn aanvang genomen. De eerste insecten warmen op en worden actief , spiedend in de gaten gehouden door een koolmees die terwijl de bosrietzanger zijn vrolijke liedje de lucht ingooit ineens een uitval maakt en vliegensvlug achter het insect aangaat en weer systematisch zijn weg vervolgt door het gebladerte van een bloeiende meidoorn die met zijn witte bloemen een zoete weeïge lucht voortbrengt.  Een goede reden om gewoon mezelf op het grasveld te installeren en de natuur zijn gang te laten gaan. Tussen de grassprieten krioelt het van de spinnen en her en der vliegt een mug van spriet naar spriet alhoewel springen een betere omschrijving is want het lijkt niets op vliegen. Het lijkt eerder op een  gedartel zo ook de koninginnenpage die al het groen vrolijk op fleurt door zijn gele kleuren. De koninginnenpage heeft het ontzettend druk en vliegt van plant naar plant even zittend en weer door. Het ziet er vermoeiend uit en ik kijk verwonderd naar de plekken waar hij gaat zitten.  Ik zie namelijk geen bloemen , dus hij drinkt niet.  Zo’n drukte en poeha en dan niet eens even een verfrissend slokje kunnen nemen.  Wat een heerlijke dag ik heb uitzicht op het water en zie eindelijk eens wat klein grut. Dat heeft geduurd dit jaar. De nijlgans heeft een stuk of 5 jongen.  voor mijn voeten speelt een kikker verstoppertje met het motto van zie ik jou niet dan zie jij mij niet zit hij verscholen onder de alg. Als ik maar lang genoeg stil zit komt  hij weer tevoorschijn en laat hij zien hoe spits zijn snuitje is. Ineens klinkt er een afwijkend geluid en als ik kijk waar het vandaan komt val ik met mijn neus in de boter.
Even geen foto’s maar de verrekijker bij de hand , wat een schouwspel. Twee futen gaan helemaal in elkaar op en laten ene prachtige balts zien. De kragen hoog, de borsten gaan uit het water en dan wordt er gedanst. Hier kan geen ballet tegenop.  Langzaam kom ik weer uit mijn mijmeringen , terug naar de werkelijkheid. Iets heeft mijn alertheid gewaakt en het blijkt dat terwijl ik daar heerlijk zat te dagdromen de galloways langzaam hun weg  in mijn richting vervolgen tijd om op te staan. Ik ben niet bang maar respect voor zo’n 500 kilo vlees lijkt me geen overbodige luxe.

Een stukje verder liggen een paar kalveren te luieren in de schaduw van de bomen.  Ze lijken wel vrijaf te hebben gekregen met hun viertjes. Een koppie type knuffelbeer staart me aan, wat is dat toch met jonge dieren?  Ben meteen smoorverliefd , ik loop langzaam terug naar mijn stalen ros ondertussen nog turend en speurend in het gras en de omgeving waarbij ik nog een paar leuke ontdekkingen doe niet alleen de ijsvogel die we lekker zijn gang laten gaan want hij ziet mij 10 keer eerder dan ik hem ondanks die knalrode borst en die prachtige azuurblauwe rug.  Normaal laat hij zich wel horen voordat hij langskomt maar nu scheert hij onopvallend tussen de beekdalen door terwijl hij onmiddellijk rechtsomkeert maakt als hij me ziet. Leuk vooral omdat hij normaal gesproken gewoon zijn weg zou vervolgen en langs me heen zou scheren maar het is duidelijk dat hij niet wil laten zien waar hij naartoe wil. Dat moet haast wel betekenen dat er jongen zijn en een witte streep laat zien dat ik gelijk heb.

Dat is genieten, ik stap op en vervolg mijn weg naar De Laak. als ik de brug oversteek op het punt waar de Geleenbeek de Maas instroomt valt mijn oog op vis . Heel veel vis. Dat is pas supermooi en eindelijk na al die jaren ene goed teken dat de waterkwaliteit eindelijk is wat het moet zijn en terwijl ik over de brug tuur zie ik ook nog een paar juffers waarvan ik vermoed dat het de beekjuffer is , welke van de twee kan ik niet goed zien. Ik vind de zwarte plekken wel erg groot en vermoed de bosbeekjuffer die graag huist langs sneller stromende beken it rijmt zich ook met de prachtige groene juffer die dan het vrouwtje zou moeten zijn.  Nog geen zin om naar huis te gaan vervolg ik mijn weg naar de Schoevendaalse plas. Ook weer in verbinding staand met de maas maar waar weer een heel ander landschap heerst. Ook hier valt er genoeg te beleven en omdat ik hier nog niet vaak geweest ben is het altijd pretig eerst het grote geheel in me op te nemen en de boel een beetje te verkennen. Ook daarmee ontdek ik van allerlei schoons, terwijl het vogelgefluit een vast patroon is op de achtergrond.  Uiteindelijk is het mijn dorst die me doet beseffen dat ik al de hele middag onderweg ben en dat het het beste is om langzaam huiswaarts te gaan om de drukte bij de autoweg afritten en opritten te vermijden. Met dit voornemen wordt ik nog getrakteerd op een prachtig gekleurde platbuik. Het geel op de zijkant van zijn onderlijf lijkt wel fluoriserend en het geel in de aderen van de vleugels springt eruit. Wat een prachtig exemplaar.  Mijn dag kan niet meer stuk en hier is het heerlijk op teren en dan nog wordt ik onderweg naar huis nog meer verwend.  De kleine plas achter de brug die het kanaal oversteekt  ligt er wel heel uitnodigend bij , meerkoetjongen die al zelfstandig zijn, een wilde eend met kuikens, meerkoetjongen die ook maar net uit het ei zijn en verschillende witte kwikstaarten op de oever zijn er de reden van dat ik toch weer later thuis kom dan  gepland , maar ja , natuur kun je nu eenmaal niet plannen en je moet het maar nemen zoals het komt ,  Dan is het toch geen wonder dat het nooit een teleurstelling is en altijd weer een voldaan gevoel .

Molengreend Maasbracht


Na weken binnen gehangen te hebben vanwege verschillende redenen als weer , werk, regen, wind, verjaardagen, afspraken , wind , sneeuw en ander onhandelbare redenen , kon ik vandaag ondanks mijn lange werkdag er toch op uit. Ik had huis gepoetst en de strijk weggewerkt, de kinderen hadden hun kranten af te leveren dus die zouden ook maar even thuis zijn. zou het dan toch eindelijk weer lukken?

Na mijn werk  toch alweer half drie , besloot ik om eens een andere kant op de rijden richting de Clauscentrale eens even uitzoeken wat dat te beleven is . Het water rondom de Clauscentrale wordt gebruikt als koelwater waardoor de water temperatuur iets hoger ligt dan in de langs gelegen maas. Ik heb hier vroeger nog gesnorkeld , heerlijk lang en nog laat in de avond op zoek naar kreeften en vissen die allemaal iets groter waren uitgevallen. Nu is het een veilige haven voor water vogels. Onder de rook van de clauscentrale en onder het geruis van de snelweg.  De snelweg is zeer nadrukkelijk aanwezig maar naarmate ik om de plas heen loop wordt het geruis wat rustiger en monotoner. Binnen vijf minuten kan ik al gaan schuilen omdat er even een bui langskomt die toch nog een kwartier duurt. Op de torens van de koelcentrale huist de slechtvalk, duiven genoeg in de omgeving, konijntjes rennen voortdurend naar beschutting een teken dat dit gebied weinig mensen ziet. in het water  tafeleenden en kuifeenden, hier en daar een gans. Midden in het water ligt een eiland dat geheel ingenomen is door aalscholvers. ik loop helemaal om de plas heen, waarbij het duidelijk wordt dat het water al weer flink aan het stijgen is , verschillende delen zijn goed nat, en al gauw loop ik te soppen omdat ik even niet goed oplet. het heeft even geduurd maar ik ben er toch eindelijk weer eens op uit geweest.

 

 

 

 

meer foto’s

Ganzen en……………. kievitten


Het zonnetje scheen, de verwachtingen grim, het weekend weer druk. Dan gaat het al bij voorbaat te kriebelen. Vanaf mijn werk maak ik een kleine omweg alvorens naar huis te gaan, dat betekent de maas oversteken en even gauw naar de  Brandt in Stevensweert en de Stevolplas. De Brandt, ik weet niet of ik dat al eens uitgelegd heb is een groot schiereiland dat in de Maas ligt. Er is slechts één weg in en uit. Het overloopt plaatselijk tijdens hoog water en bestaat daardoor grotendeel uit grasland. Afhankelijk van de windrichting is het hier heerlijk vertoeven of ijzig afzien zoals vandaag. Maar omdat ik gekleed ben op mijn brommer met twee à drie paar broeken en dito truien inclusief jas deert de koude me niet. Eén van de redenen waarom één uurtje uitwaaien vaak uitloopt in drie a vier uurtjes en ik rammelend van de honger naar huis wordt gedwongen.  
Al vanaf de bunkerhaven ( waar ik werd begroet door de buizerd) voordat ik de Maas ben overgestoken heb ik uitzicht op de ganzen.
Al vanaf deze afstand kan ik zien dat de populatie is veranderd. Waar eerst de  grauwe ganzen zaten zitten nu brandganzen in volle getale. Vanaf deze afstand kan ik al een schatting maken van een groep die bestaat uit minimaal zo’n 250 stuks. Waarschijnlijk afkomstig van Groenland tot Spitsbergen. Achterin zie ik nog steeds de grote witte boerenganzen zitten die er vorige keer ook zaten. Soepganzen worden ze ook wel genoemd en als je ze vergelijkt met de andere ganzen dan begrijp je echt waarom. Ze zijn twee keer zo groot als de gemiddelde gans.   
Bij deze gedachte realiseer ik me weer hoeveel geluk deze ganzen hebben om een veilige haven te hebben gevonden.
Helaas sneuvelen er zelfs hier in Nederland nog heel veel ganzen door afschot. Kwaad maakt zoiets me want juist Nederland is grandioos geschikt als overwinteringsgebied. Tenslotte vangen wij toch de ganzen op van heel veel andere landen en dat geeft toch verantwoordelijkheid.
Waar de ganzen met rust worden gelaten merk je dat ze zich over een groter gebied verspreiden en de schade nog beperkter wordt. De schade wordt ook vaak erg overdreven, vanwege beloofde vergoedingen of gewoon ouderwetse koppigheid van de boer. Ganzen zijn grasgrazers en gras heeft toch de neiging om steeds weer bij te groeien. Zelfs als de velden bemest worden met ganzenontlasting groeit het gras weer door. Daarnaast worden bijna ieder jaar de grasvelden weer schoongespoeld door de uittreding van de Maas ieder voorjaar. 
Ik steek via de brug de Maas over om me dichterbij te begeven. Dit is nog niet zo makkelijk zeker niet met die boerenjongens in de buurt die werkelijk ogen als een havik lijken te hebben en bij het minste of geringste beginnen te snateren waardoor de rest zich weer van mij verwijderd. Het zijn niet voor niets favoriete waakdieren. Genietend van de ganzen bemerk ik ineens kleinere vogels die tussen de ganzen door wandelen, scharrelen eigenlijk. Ineens hoor ik een onverwachts geluid dat ik dus helemaal niet verwacht, tenminste niet nu maar eerder in de lente en dan herken ik de statige vogels . Het zijn kievitten. Een beetje verbaasd in eerste instantie en dan realiseer ik me dat kievitten maar ook de brandganzen zich ophouden aan de asogenaamde vorstgrens. Al vriest het hier ik vermoed dat we dan toch aan het grensgebied zitten als het nu nog harder zou gaan vriezen dan zullen de brandganzen en de kievitten zich meer naar het zuiden gaan begeven.  
De wind trotserend loop ik langs en door de velden en weilanden waarbij ik in de gaten krijg dat de temperatuur flink aan het dalen is. Vanuit de verte vliegt een enorme grote groep ganzen de lucht in.

 Een enorme wolk ganzen blokkeert het beeld naar de horizon. In de verte zie ik twee wandelaars net zo gek als ik dus. Met veel gegak verzamelt de wolk zich en koersen ze met zijn allen naar een volgend weiland waar een record wordt gevestigd in simultaan landen. Aan het gegak te horen zijn het grauwe ganzen. Aan de andere kant, ergens achter de bomen vliegt nog een groep op, deze groep begeeft zich naar het water zelfs op deze afstand kan ik de landende ganzen in het water horen klotsen. Het heeft echt iets indrukwekkends als zo’n grote groep de lucht in gaat. Voordat ik het weet ben ik omringd met ganzen en hoor ik de wind die vanonder hun vleugels verplaatst wordt.
Het klinkt als een uitnodiging. Daarop besluit ik om me die kant op te begeven.
Een abrupt wegsprintende haas bezorgt me onbewust een hartaanval en ik vervloek mezelf dat ik van hem schrok of beter gezegd dat ik hem heb laten schrikken omdat ik vergeten was dat hij zich hier ophoudt. Ik kom hem geregeld tegen en normaal houd hij zich plat tot ik langs ben gelopen hopend dat ik hem niet zie om zich dan achter mijn rug rustig uit de voeten te maken.
Langs het water is het zeer mooi maar wel koud, ik sta precies met mijn gezicht in de wind.
De donkere wolken zijn nu pas echt goed zichtbaar. De zon breekt er hier en daar tussendoor en prachtige stralen raken het water dat daardoor veranderd in glinsterende diamantjes. De ijzige wind is teveel voor mijn camera en ik merk dat de knopjes niet meer willen. Genietend van het prachtige uitzicht besluit ik dat het genoeg is geweest en maak ik me klaar om mijn reis naar huis te vervolgen. Via Stevensweert en de Laak rij ik langs de Stevol plas waar de ganzen ook al in het water liggen. Als ik even stop om te kijken bemerk ik dat een sneeuwstorm me van achter probeert in te halen. Zo word ik door het weer naar huis geleid. Voldaan kan ik me opmaken voor de kerstborrel van het werk.    

putters en spreeuwen


De koude wind en de lichte sneeuwval lijken bij normale mensen misschien niet tot wandelen uit te nodigen maar voor mij is dat juist koren op mijn molen. Ik ga het liefste als andere mensen nog op een oor liggen, of als andere mensen lekker warm voor de kachel zitten. Dat het niet altijd uitkomt maakt de beloning voor mij des te groter als het wel lukt. Zoals vandaag dus. Nu ik weer veilig thuis zit achter mijn warme koffie en mijn heerlijke eigengemaakte stoofpeertjes beginnen mijn wangen en oren te gloeien. dat zijn ook de enige delen die de kou hebben gevoeld. Zelfs mijn vingers waren niet koud. 

De koude en de lichte sneeuw nodigde uit tot de Stevol plas, daar waar de wind over de ruige gebieden snijdt, het water maar heel langzaam kolkt omdat het zo koud is. Hier kun je je nog een beetje wild wanen, geen mensen, geen paden maar wel distels, kaardebollen,  st Janskruid, wilde paarden en koeien. Als dan de wind je in de nek waait de paarden in je blikveld lopen, de torenvalk jagend door de lucht schiet, dan zie je hoe het vroeger was jaren en jaren geleden. toen er nog geen wegen waren, geen auto’s maar ook geen gejaag, geen drukte en bombarie.  Als je door dit gebied struint dan realiseer je je hoe kwetsbaar je bent als mens. dan besef je dat wij mensen eigenlijk niet meer geschikt zijn om op deze manier de natuur te beleven. De ganzen weten dat wel en hebben hun koude gebied achgtrer zich gelaten om hun weg naar dit gebied zetten waar ze warmte voedsel en veiligheid hopen te vinden. Er zullen er zeker meer volgen. Overdag op het gras en ‘s nachts lekker veilig op het water. De lichtgevallen sneeuw geeft me de kans om eindelijk eens te zien wat er normaal voor me verborgen blijft. Sporen in de sneeuw laten zien wie of wat er in het gebied aanwezig is. De koeien en de paarden hebben hun heerlijke vacht, de vogels zetten hun veren uit om te lucht ertussen vast te houden, In de ruigte vinden zij voedsel waar wij slechts dorre takken vinden.

Eén blik langs het bruine veld en meteen word ik met mijn neus op de feiten geduwd. Ik ben eigenlijk maar een dom mens. totaal niet aangepast aan de elementen, nu kan ik de vogels wel horen maar absoluut niet zien. De mens is blind, als ik verder loop vliegt er een grote zwerm op om verderop weer neer te strijken. Zelfs nu ik gezien heb waar de landing plaats vond zie ik ze niet. Stekeblind dus.  Pas als ik alle gejaagdheid van het mens-zijn van me af kan zetten vind ik rust. De rust die nodig is om één te worden met mijn omgeving.  De rust straalt uit naar mijn omgeving en de vogels pikken het op. De angst verdwijnt, de voorzichtigheid laten ze vallen.  Dit zijn de momenten waar ik op drijf. Ik krijg een kijkje in de keuken van de distel-eters. 

100_7791

De puttertjes , welke prachtige gekleurde vogeltjes zijn die echt zouden moeten opvallen, zou je denken tenminste, vliegen keuvelend en kwetterend van gebied naar gebied. Ze landen in de gevaarlijke distelplanten waar ze helemaal in verdwijnen. Pas later op de foto’s zie ik dat het  opvallende geel in de vleugels gecamoufleerd wordt door kleine gele bloemetjes die nog steeds zichtbaar zijn tussen de takken door. Ze pikken met hun grove bekjes de zaden los. Zaden die vol zitten met eiwitten en energie. Heel belangrijk in deze koude tijden. De grote groep spreeuwen foerageert onderlangs op de grond. Ze hopen zo de gevallen zaden te kunnen bemachtigen.  De bodem met slecht een dun laagje sneeuw, is bedekt onder de kleine vogelpootspoortjes.  Af en toe om een onbekende reden vliegt de hele groep in een keer op , vormen een prachtige wolk gevolgd door de gezellig kwetterende puttertjes, om wat verderop weer neer te strijken. Zodra ze neerstrijken zijn ze weer helemaal uit het blikveld verdwenen.  Het is duidelijk dat zowel de putters als de spreeuwen elkaars gezelschap appreciëren. Ik ook maar helaas vlogen de uren weer om en werd ik gedwongen door het mens zijn en de opkomende koude om weer naar huis te gaan. De beloning een lekkere warme kop koffie is in de natuur natuurlijk moeilijk te vinden.

100_7755

Meer foto’s

Issabellagriend. Herten


Goh wat vliegt de tijd. Het was alweer een maand geleden dat we met de vogelwerkgroep weg waren dus een nieuwe excusie stond op de planning. Dit keer naar de Issabellagriend in  Merum-Herten. Ook weer een gebied dat langs de maas ligt. We hadden een behoorlijke groep.
 
Sommige ken ik inmiddels wel, anderen miste ik dit keer en weer anderen waren nieuwe voor mij. Al bij de verzamelplaats met een bakker die op zondag open was ( ooooh dat rook lekker) werden de eerste vogels al genoteerd. Ja, zeer fanatiek wat dat betreft. Dit keer geen vreemd "kerktorenkruipertje" maar de kraaiende haan en een zwerm kauwtjes die ook op die lekkere luchten afkwamen en net als wij pech hadden. We lopen gezamelijk het kleine dorp door richting de maas waar de wind ons guur om de oren sloeg. 
Een paar druppeltjes regen deden het ergste vermoeden maar trokken gelukkig verder zonder al te veel water op ons neer te laten.  Langs de maas lopen we over de dijk waar we de koeien vlaaien omzichtig probeerden te vermijden. Dit gelukte niet helemaal omdat ook wij door de koeienpoortjes van wei naar wei moesten lopen. Als geroutineerde paaldansers werd geprobeerd de modder en de koeienvlaaien die op de verzamelplaatsen voorkwam te vermijden. Er waren er die zeer lenig de modder vermeden er waren er ook tussen die hun baan maar beter niet kunnen opgeven. Hilarisch was het in ieder geval maar ook hard werken. Al onze moeite werd wel beloond met een paar zeer leuke exemplaren, als kuifeend, duiker, zaagbek,nonnetje. Wat betreft de zangvogel werden we verwend met graspiepers, kramsvogels en koperwieken. Om ons eraan te herinneren hoe warm het nog is bleek uit een grote groep kieviten die zich nog lieten zien. Kievitten trekken voor de vorstgrens uit. Waarschijnlijk zijn dit dus exemplaren uit Scandinavië.
 Het onderwerp van gesprek waren onder andere de kraanvogels die in volle getalen in Limburg te zien moeten zijn geweest en die gek genoeg door niemand van onze groep gezien zijn. Ze zijn onder andere gesignaleerd op de plek waar ik donderdag was geweest maar ik was dus een dag te vroeg ook voor de zaagbekken die daar vrijdag in redelijke aantallen zijn gezien.
Een rotszwaluw heeft behoorlijk wat commotie veroorzaakt. Zelfs degene die in Maastricht woonde waar die zwaluw dus gesignaleerd was, was niet in staat geweest om te gaan kijken. Wat de rotszwaluw al gauw hernoemde tot rotzwaluw.
Verder waren ook de konikspaarden en de gallowaykoeien weer een obstakel. Heel leuk was dat degene met wie ik in gesprek was, al de nodige jaren deze groep paarden geobserveerd had en dus precies wist te vertellen hoe oud sommige waren. Het veulentje op de foto’s is er een van een vrouwtje die er al vanaf het begin bij is. Een bejaard moedertje dus. Er waren trouwens twee late veulens in deze groep, die zijn blij met dit zachte weer natuurlijk.
 
Het was weer een gezellige maar vooral ook waardevolle ochtend die we bijna droog hebben doorgebracht. Om half twaalf zaten we in de auto en begon het te regenen.

omzwervingen langs de Maas.


Vandaag is het weer gelukt, boterhammetje mee, camera en verrekijker en mijn wandelschoenen. Het was even lastig vanmorgen toen ik alles mee moest zien te krijgen naar client. Ik kon natuurlijk moeilijk met mijn modderige wandelschoenen door haar huis lopen, dus ook nog reserve schoenen mee. Maar het heeft zich geloond want half één stond ik met mijn neus in de wind. En het was nog een koud windje geworden ook, maar ik had alle vertrouwen in de buienradar die alleen maar een buitje aangaf rondom half één. Die had ik vanmorgen gechecked dus er kan natuurlijk wel van alles veranderd zijn.  Wat zeker verandert was met vanmorgen, was de wind. Was het vanmorgen best weer warm, vanmiddag sneed de wind overal doorheen. Maar ik was warm genoeg aangekleed met een trui, vest en jas en sjaal.  Van maasbracht afkomend stop ik eerst bij de bunkerhaven vandaaruit kan ik de Maas overzien precies naar het gebied van de Huijskensplas.
Een goeie manier om erachter te komen of het de moeite waard is om die kant op te gaan. Duidelijk is dat de eerste overwinteraars al aanwezig zijn. Een grote aantal smienten bevinden zich in het water en een deel zit aan de overkant op het land.  Smienten komen alleen in de noordelijke landen voor maar komen ook bij ons overwinteren. Smienten zijn goed te herkennen als kleine eenden met een gele streep op een rode kop. Ze kunnen blijkbaar ook goed zien want ondanks dat ik helemaal aan de andere kant van het water sta vertrouwen ze me niet en gaan ervandoor. Dat is ook voor mij het sein om verder te gaan. Maar ik ben nog niet goed en wel onderweg of daar komt al een buitje aan. Dus besluit ik om gauw de brommer op de volgende parkeerplaats te zetten zodat ik onder de bomen wat kan schuilen. Een grote straf was dit helemaal niet want ik had gezelschap van allerlei staartmeesjes en pimpelmeesjes. Tussen al dat gefladder en  gesjielp was het tijdens de bui heerlijk vertoeven. Ze hielden me ook wel bezig want die staartmeesjes zitten dus nauwelijks een seconde stil. Al het gezoom en gefocus kostte  me meteen extra batterijen.  Gelukkig heb ik er nog een paar leuke foto’s uit weten te halen, tussen de foto’s van weggedraaide kopjes, lege takken, of zelfs een wazig vliegend iets. 
Uiteindelijk werd het weer droog en kwam zowaar een zonnetje om de hoek kijken dus ik vervolgende mijn rit richting  Huijskensplas. Ik was toch wel benieuwd hoeveel ganzen er al zouden zijn. Het zijn nog geen duizenden maar een paar honderd zitten er zo zeker al. Nu nog een beetje her en der verspreid. Het is goed te merken dat de ganzen nog niet tot rust zijn gekomen want ze zijn schichtig en voorzichtig. Ze zullen onderweg zeker het nodige hebben meegemaakt. Hier kunnen ze ongestoord grazen en als ze straks een paar weken hier zijn en de temperatuur zakt nog wat dan worden ze wat "luier" en mischien ook wel wat ontspannender.
Dan is het ook mogelijk iets dichterbij te komen maar nu moesten ze er nog niks van hebben. Wel leuk dat ik al vele soorten heb gezien. Grauwe gans ( bruin oranje snavel)  Kolganzen ( bruin met witte snavel brug en strepen op de buik) brandganzen ( zwart met witte koppies) Verder een paar dikke witte ganzen dit zijn echte boerenganzen die waarschijnlijk ooit ontsnapt zijn.  Ik heb zelfs een Indische gans ertussen gezien die is vrij zeldzaam hier en waarschijnlijk ook  als exoot in het land gekomen. Ook de canadese gans en de nijlganzen waren aanwezig.  Verder meende ik enkele hybriden te zien dit zijn kruizingen van verschillende soorten maar het is ook goed mogelijk dat deze nog niet het volledige verenkleed hebben.  De wind wakkert nog iets aan maar ik heb nog geen zin om naar huis te gaan, in plaats daarvan loop ik naar de plas en ga lekker door en langs de bomen en struiken zwerven. Het maakt niets uit wat ik zie ik geniet van de kleinste dingen. Een haas rent voor me uit plotseling met de oren plat op zijn lichaam om zich zo klein mogelijk te maken waardoor die meer weg heeft van een marmot dan van een haas. Lang genoeg om me even  aan het twijfelen te maken waardoor ik te laat ben met mijn fototoestel. Maakt niets uit er zijn genoeg andere dingen om me heen waar ik van kan genieten.
En genieten doe ik ondanks de wind ondanks de nattigheid die af en toe over me heen waait. Ik struin langs struiken, en loop om bomen heen, speurend naar wat in mijn oog valt. Ik heb gezelschap van het constante getrompetter van de ganzen. Iedere soort zijn eigen geluidje, als ik nog een paar keer geweest ben ken ik ze misschien wel uit elkaar. 
ik vind ienie-mini kleine geweizwammetjes maar ook het grove werk is indrukwekkend zoals de bomen die gevormd worden door het water , weer en wind en dan ook nog weerstand moeten bieden aan de enorme runderen en paarden die dit gebied begrazen of zelfs zoiets kleins als de spinselmot waarvan de restanten nog als lugubere lakens in de bomen hangen. Het spinsel dat eerst zacht was is nu gedroogd en heeft nu meer weg van een afgestroopte huid. Ook de aanwezigheid van uilen is nog zichtbaar in de doorweekte uileballen en restanten onderaan de nestkast. 
Meer regen en een zeer grijze lucht doet me besluiten toch maar weer richting huis te gaan maar niet zonder een kleine omweg naar de grote molenplas om toch nog even van de jagende torenvalk te kunnen genieten. Wat werd ik weer verwend. En dan is het natuurlijk heerlijk maar ook noodzakelijk om thuis meteen onder de douche te springen en na te genieten van een hete kop koffie, voordat ik aan het eten begin.