Torenvalk.


Biddend in de lucht, hangt ze stil. In de stromende regen.
Ze heeft veel honger. De wind en de regen moet ze nu trotseren om haar maag te kunnen vullen. Het is nu of nooit.
Ze moet wel, want ondertussen is het al vier uur in de middag geweest en over een klein uur is het alweer donker. Als de torenvalk dan geen prooi heeft zal zij de hele nacht honger moeten lijden.
Dit is voor het kleine torenvalkje niet het meest ideale uitgangspunt, koude nachten en regen drainen het energieniveau van de kleine roofvogel. Als het energieniveau te laag wordt zal ze niet eens genoeg energie hebben om de volgende ochtend fatsoenlijk te kunnen jagen en afhankelijk moeten zijn van een  wel zeer onoplettende muis. Ze weet dat die er echt nog niet zomaar zijn. De temperaturen liggen hoger dan gemiddeld en de muizen kunnen zich nog zonder problemen vol stouwen met allerlei achterbebleven maiskorrels, zaden enz. Voor de torenvalk funest want dat betekent dat ze extra hard moet werken om haar maag te vullen.
Biddend hangt ze in de lucht, dan ineens slaat ze haar vleugels langs haar lichaam en laat zich vallen tot de halverwege de hoogte. Even klapperen de vleugels, de staart staat wijd open, sturend en turend. Ze klapt haar vleugels uit en maakt weer hoogte. Blijkbaar was datgene wat ze gezien had weer weg.  Ze vliegt naar de oude zwarte versteende boom die kaarsrecht staat, paraderend als getuige van herinneringen aan oude vervlogen tijden. Even rust ze uit. Haar borst gaat zichtbaar op en neer ze is uitgeput. Maar de tijd dringt. Ze realiseert zich dat ze het nog een keer moet proberen en na enkele seconden kiest ze weer het luchtruim. Ze vliegt en tuurt de grondoppervlakte af op zoek naar beweging. Ineens laat ze zich vanuit haar vlucht vallen haar vleugels strak langs haar lichaam, even verdwijnt ze uit beeld en schiet ineens langs de waterkant weer omhoog. Om zich  op een kleine meeuwensoort te storten, die terwijl hij geraakt wordt even uit koers raakt. 
Het valkje heeft zich uit wanhoop op een zeer ongebruikelijke maar onoplettende prooi gestort. De kleine meeuwensoort blijkt echter een visdiefje die qua vliegkunst echt niet onderdoet aan het valkje en kan zich dan ook heel snel herstellen. Hij schiet er als een speer vandoor. Voor het valkje was het alles of niets en ze heeft misgegrepen. Uitgeput wordt ze gedwongen om een paaltje op te zoeken. Ze schudt de regen van zich af. Ze heeft een hekel aan regen want met natte veren vliegen kost veel te veel energie. Gelaten kijk ze om zich heen. Ze ergert zich dat ze zich heeft laten verleiden. Ze schudt nog een keer de veren uit en poetst de vleugelpennen nog even goed op. Als ze zich nu eens even beheerst ondanks de honger, dan kan ze zorgen dat ze goed uitgerust is, misschien stopt het nog wel even met regenen. Ze zet haar veren op om zich te beschermen tegen de snijdende wind. Geïrriteerd probeert ze haar gedachten aan de lege maag opzij te zetten. Langzaamaan stopt het met regenen, ze maakt zich klaar voor een volgende vlucht, de veren worden nog even goed na gekeken. Ze neemt even de tijd om de weerhaakjes van de veren op te ruwen zodat de haartjes weer goed aan elkaar plakken, zo zal ze dadelijk nog sneller en wendbaarder zijn. Achter haar breken langs de horizon de wolken en schijnen de laatste zonnestralen tussen de wolken door. Haar tijdsraam  heeft er plots een half uur bijgekregen en met aan de andere kant een regenboog kiest ze het luchtruim, de wind die wat vriendelijker is geworden neemt haar mee omhoog. Ze heeft vandaag weer geluk gehad.  Deze nacht zal ze ook weer overleven.